De Goldbergvariaties BWV 988

Een initiatief van de klavecimbelklas olv Jan Devlieger
Met als moedige uitvoerders Dimos de Beun, Corine Vanden Kerchove en Céline Virgils

Affiche labo 2004De “Aria mit verschiedenen Veränderungen für Cembalo mit 2 Manualen”, gepubliceerd te Neurenberg in 1741 als deel IV uit de Clavierübung, is algemeen bekend als de Goldbergvariaties. Volgens Johann Nicolaus Forkel, de eerste Bachbiograaf (1802) werd dit werk geschreven in opdracht van graaf Hermann Carl von Keyserlingk, die “eens tegen Bach zei dat hij graag wat klavierstukken wilde hebben voor zijn (klavecinist) Goldberg, die zo zacht en tegerlijkertijd levendig van aard zouden moeten zijn dat hij er zijn slapeloze nachten mee kon opvrolijken”.

Deze anekdote wordt volledig weerlegd door Christoph Wolff (2000) omdat er geen officiële opdracht is teruggevonden (zoals het protocol in die tijd voorschreef) en Johann Gottlieb Goldberg (1727-1756) op dat moment nog maar veertien jaar oud was.

In ieder geval weten we dat de graaf een groot bewonderaar was van Bach en dat Goldberg lessen nam bij Johann Sebastiaan (en misschien ook bij zijn zoon Wilhelm Friedemann) Bach. Vermits Johann Sebastiaan zijn leerling aanzette tot het schrijven van kerkcantates en ze bovendien ook zelf uitvoerde (een vioolpartij is bewaard in het handschrift van Bach) moeten we aannemen dat hij hoge verwachtingen in de tiener stelde.

De naam van Goldberg zal eeuwig verder leven via dit magistrale klavierwerk alhoewel zijn betrokkenheid als uitvoerder eerder twijfelachtig is.

De Goldbergvariaties zijn heel structureel opgevat. Het thema (aria) is een sarabande bestaande uit tweemaal 16 maten (samen 32) waarbij voornamelijk de bas en harmonische structuur, de rode draad vormt in de dertig variaties. Na de variaties volgt nog een da capo van de aria waardoor we een totaal krijgen van 32 delen. De variaties zijn geordend in tweemaal 5 groepjes van drie. Variatie 16 is dan ook een Franse ouverture. De derde variatie van elk groepje van 3 variaties is een canon. De intervallen waarop de canonische imitatie inzet wordt steeds groter van prime (unisono) tot none (negende). De nietcanonische variaties bestaan uit veel verschillende types zoals inventies, fughetta’s, versierde langzame aria’s, Franse ouverture, gigue, quodlibet naast bravourestukken waarbij 2 manualen noodzakelijk zijn.

2004

Orgelzaal Stedelijk Conservatorium Brugge
B[2] + A[1] + C[3] + H[8] maart 2004 om 10u30