A Due Cembali Obligati

Affiche labo 2012Kwantiteit versus kwaliteit van de muziek voor twee klavecimbels,
n.a.v. een vraag van Klara aan Jan Devlieger, brede opklaringen 01-10-’09.
Is het repertoire voor twee klavecimbels zeldzaam?

‘Heel veel literatuur voor twee klavecimbels is er niet. Hoe dit komt heeft alles te maken het feit dat het niet vanzelfsprekend is om twee klavecimbels met dezelfde mogelijkheden in een zelfde ruimte aan te treffen of te plaatsen. Langs de andere kant moet ik zeggen dat de literatuur voor twee klavecimbels nagenoeg steeds van een zeer goed tot uitstekend niveau getuigt. Dit heeft dan te maken met het medium van twee klavierinstrumenten, waarbij de componist zich ten volle kan uitleven en niet, zoals bij het vierhandig spel op een klavierinstrument, onderhevig is aan heel wat beperkingen. Bij de literatuur voor twee klavecimbels zijn beide instrumenten vaak gelijkwaardig. Er zijn composities die opgevat zijn als een triosonate waarbij zeg maar de beide linkerhanden dezelfde bas spelen en de beide rechterhanden in tertsen of sexten spelen, of in dialoog met elkaar treden. Bij andere werken concerteren, wedijveren beide klavecimbelpartijen met elkaar. Soli- afgewisseld met tuttipassages. De muziek voor twee klavecimbels is vaak heel attractief en spectaculair, naast heel lyrische, zangerige en ingetogen passages.’

Enkele educatieve weetjes bij het programma van 17 maart 2012

Het Concerto a due Cembali, BWV 1061a van J. S. Bach is vermoedelijk oorspronkelijk geschreven voor twee klavecimbels zonder orkest. Het overgeleverde handschrift van dit concerto is hoofdzakelijk het werk van Anna Magdalena (zie partituurbijlage op de voorkant) met hier en daar wat correcties van Johann Sebastian. De versie met strijkers (BWV 1061) is alleen bewaard in kopieën van na 1750. Wanneer we de versie met strijkers bekijken valt het op dat het orkest zich beperkt tot het meespelen van thematische inzetten, wat begeleidingsformules in achtste noten en passages met lange noten die de harmonie ondersteunen – het tweede deel is zelfs zonder strijkers. Dit levendige concerto voor twee klavecimbels solo (met een verinnerlijkte tweede beweging in a mineur – paralleltoonaard van C majeur) is een waardig antecedent van het fleurig Italiaans Concerto voor klavecimbel solo, BWV 971.

Van Händels ‘Suite à deux Clavecins’, HWV 446 is alleen de eerste klavecimbelpartij overgeleverd (het dateert vermoedelijk uit zijn jaren te Hamburg, 1703 – 1706). Meer nog, het is mogelijk dat Händel nooit een tweede klavecimbelpartij heeft genoteerd maar steeds een ‘contre-partie’ improviseerde bij een uitvoering. Op zich dus een heel avontuurlijk gegeven dat ook ruimte laat voor verschillende versies en interpretaties. Nadat ik zelf de mooie reconstructies van de hand van Thursten Dart en Donald Burrows doorspeelde, ontstond, naar goede en oude gewoonte uit de barok, al spelend en improviserend een nieuwe tweede klavecimbelpartij. Net als D. Burrows (Edition Breitkopf 8691) ben ik van mening dat een tweede concertante klavecimbelpartij bij het derde deel (Sarabande) niet opportuun is. Zelf vind ik een toegevoegde basso continuo (zie voorbeelden bij Telemann) in dit deel het beste werken. De versie Händel/Devlieger werd uitgegeven door Drs. J. H. Van Krevelen bij MUSICA REPARTITA, NEW EARLY MUSIC, MR 2001.

Een buitenbeentje in het programma vormt de Sonate in F van B. Pasquini.
Deze sonate is een van zijn 14 sonates voor twee becijferde bassen. Deze composities kaderen in de traditie en kunst van het PARTIMENTO.
Deze PARTIMENTI – meestal voor 1 klavierinstrument – hebben tot doel om het harmonisch en contrapuntisch denken te ontwikkelen bij een creatieve realisatie van een basso continuo. Deze PARTIMENTI waren gedurende een lange tijd een zelfstandig genre. Voor meer info kan men terecht bij Sandra Van der Gucht (volgt momenteel de cursus van Musica rond dit interessante onderwerp).

2012

Zaterdag 17 maart 2012