Muziek voor één en twee klavecimbels van D. Scarlatti, A. Soler, B. Marcello en C. Seixas

Affiche labo 2007Domenico Scarlatti (Napels 1685 – Madrid 1757), Italiaans componist, klavecimbelleraar en -virtuoos, zoon van Allessandro (1660 - 1725). Domenico werd door zijn vader opgeleid en wellicht ook nog door Gasparini en Pasquini. In 1701 werd hij organist en componist aan de koninklijke kapel te Napels. Na een kort verblijf in Florence verbleef hij van 1705 tot 1709 in Venetië, waar hij een klavierduel aanging met Händel. Het resultaat was een gelijkspel (Händel won op het orgel en Scarlatti was de beste op het klavecimbel). Daarna was hij tot 1719 werkzaam te Rome en van 1719 tot 1728 verbleef hij te Lissabon, als kapelmeester en leraar van de kroonprinses Maria Bárbara. Toen zij in 1728 de Spaanse kroonprins Ferdinand huwde, volgde Domenico haar naar Madrid. Evenals zijn vader heeft Domenico opera's en kerkmuziek gecomponeerd, maar hij ontleent zijn betekenis vooral aan zijn talrijke klaviercomposities, waarvan er circa 560 zijn bewaard gebleven. Deze instrumentale kleinoden hebben slechts één deel; hun structuur is gewoonlijk tweedelig, maar binnen deze beperkte vorm toont Scarlatti een onuitputtelijke rijkdom aan vondsten op melodisch, harmonisch, ritmisch en technisch gebied. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de pianist-pedagogen, van Czerny tot Tausig en von Bülow, voor telkens nieuwe uitgaven van deze Essercizi hebben gezorgd. Scarlatti is met zijn soms gedurfde stemvoeringen en zijn streven naar een frappante welluidendheid tevens een van de eerste koloristen van de klaviermuziek. Hij oefende grote invloed uit op de klaviermuziek van het Iberisch schiereiland zoals blijkt uit het werk van onder andere Antonio Soler.

(José António) Carlos de Seixas (Coimbra 1704 – Lissabon 1742) is de belangrijkste Portugese klaviercomponist en -virtuoos uit de eerste helft van de 18e eeuw. In 1718 volgde de veertienjarige Seixas zijn vader op als organist van de Coimbra kathedraal. Twee jaar later vestigde hij zich in Lissabon om toe treden tot koninklijke kapel van Jan V, waar hij de rest van zijn verdere (korte) leven werkzaam was. Tussen 1719 en 1729 bracht ook D. Scarlatti geruime tijd door aan dit hof. Ze ontmoetten elkaar in deze periode ook meermaals en uit een 18e eeuwse encyclopedie (Mazza) blijkt dat de twee klavierhelden respect betoonden voor elkaar. Wederzijdse beïnvloeding was mijn inziens onvermijdelijk. In 1738 werd Seixas (net als Scarlatti) geridderd door Jan V van Portugal. Er verscheen tijdens zijn leven geen enkel werk in druk. Meer nog, de aardbeving van 1755 in Lissabon zorgde ervoor, dat er geen enkele autograaf meer voor handen is! Alleen manuscripten gemaakt door derden, van voornamelijk klaviermuziek (religieuze muziek is bijna geheel verloren), zijn bewaard gebleven. De overgebleven klavierwerken (ongeveer 100 in totaal) werden integraal uitgegeven door Kastner (Portugaliae Musica X en XXXIV).

Benedetto Marcello (Venetië 1686 – Brescia 1739), Italiaans componist, schrijver en muziektheoreticus, omschreef zichzelf net als zijn broer Alessandro (1684 – 1750), als ‘nobile dilettante’. Alhoewel Benedetto de beroemste Marcello is, is het hoboconcerto in d (zie ook de klavecimbelversie geschreven door J. S. Bach, BWV 974) weldegelijk van Alessandro (dit werk werd vaak ten onrechte toegeschreven aan Benedetto). Het omvangrijke oeuvre van Benedetto Marcello bestaat ondermeer uit oratoria, missen, wereldlijke cantates en instrumentale muziek. De blokfluitisten onder ons kennen ongetwijfeld zijn 12 blokfluitsonates opus 2, uitgegeven in Amsterdam voor 1717. Deze sonates werden in 1737 heruitgegeven in Londen als opus 1, ditmaal voor traverso of viool en basso continuo. De klaviermuziek van Benedetto is bijzonder gevarieerd, getuigt van veel verbeeldingskracht en werd voor het eerst integraal opgenomen door Roberto Loreggian in 2001, op het label Chandos.

Padre Antonio Soler (Gerona 1729 – El Escorial 1783), Spaans componist en organist. Zong als zesjarige in de koorschool van de abdij van Montserrat. Kreeg zijn muzikale opleiding van José Elias, die op zijn beurt een leerling was van Cabanilles. Op jonge leeftijd werd Soler aangesteld als koordirigent en organist in het kloosterpaleis van El Escorial in 1752. In datzelfde jaar kreeg hij ook zijn priesterwijding. Tussen 1752 en 1757 vervolmaakte Soler zich ook bij Scarlatti. Zoals Domenico Scarlatti kennen we Antonio Soler bijna uitsluitend van zijn klavecimbelsonates gecomponeerd voor leerlingen van koninklijke afkomst. Hij componeerde een 120-tal sonates waarbij zijn Fandango het meest tot de verbeelding spreekt. Dit virtuoze werk telt niet minder dan 450 maten, maakt veelvuldig gebruik van Iberische ritmes en is gebaseerd op slechts twee akkoorden, A en d. De ‘Seis Conciertos de dos Organos Obligados …’ werden gecomponeerd voor kroonprins Gabriel Bourbon, zoon van Karel III. Deze prins kreeg gedurende verschillende jaren klavecimbelles van Soler wanneer het hof resideerde in El Escorial (tijdens de zomer verbleef het hof in El Escorial, de resterende tijd brachten ze door in Madrid). De aanduiding ‘dos Organos Obligados’ (‘twee obligate orgels’) op het enige handschrift (van een kopiïst) hoeven we niet letterlijk te nemen vermits het hoogst onwaarschijnlijk is uitgevoerd op twee orgels (er zijn geen twee orgels aanwezig in dit paleis in een zelfde ruimte; bovendien beschikken deze instrumenten over onvoldoende toetsen om deze werken te kunnen spelen). Een uitvoering op twee klavecimbels ligt dan ook voor de hand. Niettegenstaande het feit dat ze niet zijn uitgevoerd op twee orgels (tenzij er twee kamerorgels bij elkaar gezet werden) kennen we een schitterende cd-opname van deze zes concerti door Tini Mathot en Ton Koopman bij Erato.
© Jan Devlieger, februari ’07

2007

door de klavecimbelklas van
Brugge en Deinze o.l.v. Jan Devlieger
Dag van het Deeltijds Kunstonderwijs
Zaterdag 10 februari (1757 + 250) 11u