Preludes en Inventies van J. S. Bach

Affiche labo 2005“Aufrichtige Anleitung,”(“Handleiding tot de oprechte kunst,”) waarin liefhebbers van het klavier, in het bijzonder de leergierigen onder hen, op heldere wijze wordt getoond, hoe niet alleen (1) zuiver tweestemmig te leren spelen, maar ook na verdere vorderingen (2) om op juiste en correcte wijze met drie obligate partijen juist en gepast te werk te gaan, daarbij ook tegelijk niet alleen goede inventies te krijgen, maar deze bovendien juist uit te werken, en vooral om een cantabile manier van spelen te bereiken en daarnaast ook een stevige voorproef van het componeren te ontvangen... Anno Cristi 1723.

Dit is de titel van de bundel met “Inventionen und Sinfonien” waaruit duidelijk didactische overwegingen - zowel op klavier-technisch, muzikaal als compositorisch vlak - blijken. Oorspronkelijk zijn deze stukken geschreven in 1720 te Köthen, voor zijn oudste (gelukkige?) zoon Wilhelm Friedemann ter gelegenheid van zijn tiende verjaardag. Deze bundel met de toepasselijke naam “Clavierbüchlein vor Wilhelm Friedemann Bach” werd door vader Bach met grote zorg samengesteld en begint met drie bladzijden over toonsysteem (sleutels, toonsoorten en stemregisters), versieringen en vingerzettingen. Dan volgen kleine preludes, koraalbewerkingen, dansen, wat langere preludes in moeilijker toonaarden, een eenvoudige fuga, dan tien preludes in strikt tweestemmig contrapunt en vijftien strikt driestemmige fantasieën. Daarna komen suites van Telemann ea. Tussendoor staan ook compositieoefeningen van de jonge Wilhelm zelf.
Van deze bundel en ook van “Das Wohltemperierte Klavier (I) ” en het “Orgelbüchlein” maakte Johann Sebastian in 1722 en 1723 definitieve versies.
Vermoedelijk was de bedoeling van het vervaardigen van deze “propere” kopieën, ze als proeve van pedagogische bekwaamheid te kunnen voorleggen bij zijn sollicitatie te Leipzig. Ze bevatten inderdaad alle drie didactisch ogende titelpagina’s, doordacht van van opzet en met de nadruk op het didactisch doel en de methodiek als zou het om lesmateriaal gaan. Tot zijn taken als Thomascantor behoorden trouwens ook dagelijkse (!) instrumentlessen op klavecimbel, een instrument dat de meeste leerlingen in hun chambrette hadden staan.
In dit concert hoort u de vijftien Inventionen (1723) en evenveel preludes. Inventio wil zeggen: met slecht één idee (inventie), kort en duidelijk thema een compositie te stand te brengen. De schikking van toonaarden (affecten) is volgens hetzelfde principe als het “Wohltemperierte Klavier”: in stijgende lijn van C tot aan b, alternerend grote - en kleine tertstoonladder. De ver verwijderde toonaarden liet Bach in de inventies nog achterwege. De preludes die telkens de inventie voorafgaan in dezelfde toonaard, zijn geselecteerd uit het “Clavierbüchlein vor Wilhelm Friedemann Bach”, “Das Wohltemperierte Klavier”, de Partitas e.a.

2005

13 maart ’05 Orgelzaal Stedelijk Conservatorium Brugge om 10u30
20 maart ’05 Bietenoogstzaal Museum van Deinze en Leiestreek om 11u
Een initiatief van de klavecimbelklassen van het Stedelijk Conservatorium Brugge en de Muziekacademie Deinze olv Jan Devlieger